spɛlt
Herkomsterfwoord via Middelnederlands spelte van Oudnederlands spelta, in de betekenis van ‘soort tarwe’ aangetroffen vanaf de 9e eeuw
- bepaalde grove tarwesoort Triticum spelta
“Van spelt evenwel hoort ge zelden of nooit spreken; de naam is wel bekend bij de natuurvrienden door flora's en lectuur; maar gezien, behalve dan op een plaatje, is de spelt maar door weinigen; en dan”
- bepaald gewas Triticum spelta dat door boeren wordt verbouwd
“Op hun zeven akkers verbouwen ze tarwe, gerst en spelt.”
- zaden van Triticum spelta gebruikt voor het maken van gerechten, brood en gebak
“Spoel de spelt goed af. Doe hem in een pan, schenk er water bij tot hij onderstaat en breng het water aan de kook. Laat de spelt ongeveer twintig minuten sudderen, tot hij beetgaar is.”
- form-oftweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spellen
- form-ofderde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spellen
- form-of, obsoletegebiedende wijs meervoud van spellen
“Spelt!”
“Hij vertelt dat hij leert lezen in groep 3 en hij kan dat ook laten zien. Hij spelt onderweg reclameborden.”