HerkomstLeenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘hoogste mannenstem’ voor het eerst aangetroffen in 1591
- hoge mannenstem, tenorstem
- een zanger met een hoge mannenstem
“De tenor was goed te horen, maar overheerste niet.”
- de meest langzaam gezongen melodiestem die de basis vormt voor een meerstemmige middeleeuwse compositie
- de lagere (maar niet de laagste) variant van een aantal muziekinstrumenten, zoals tenorsaxofoon etc.
Vormentenoren(plural) · tenors(plural) · tenoortje(diminutive, singular) · tenoortjes(diminutive, plural)