OriginIn de betekenis van ‘in zijn levensonderhoud voorzien’ voor het eerst aangetroffen in 1539
- transitivemet teer besmeren
“De schipper heeft de sloep geteerd.”
- in zijn levensonderhoud voorzien
Formsteerde(past) · geteerd(past, participle) · te teren(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen teren(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen teren(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben geteerd(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben geteerd(active, infinitive, perfect, present, long-form) · geteerd zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · geteerd te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · terend(imperfect, participle) · ev.
teer(imperative) · tere(subjunctive) · teer(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · teert(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · teert(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · teerde(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · teerde(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · teerde(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · teerden(indicative, imperfect, past, plural, first-person) · teerden(indicative, imperfect, past, plural, second-person)