ˈœycə
- gelegenheid waarbij mensen uitgaan en vertier zoeken
“We hebben er een gezellig uitje van gemaakt.”
“Het zijn vaak korte, betaalbare uitjes.”
- form-ofverkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ui
- bol van Allium cepa gebruikt om voedsel op smaak te brengen
“Je kunt er ook wat uitjes in doen.”
Formsuitjes(diminutive, singular) · (uien)(singular)