ˈlɑrvə
OriginLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bij dieren met gedaanteverwisseling de vorm waarmee het dier het ei verlaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1580
- jeugdstadium van de meeste insecten en veel amfibieën
“Ik ritste mijn tent weer open en scheen met mijn hoofdlamp onder mijn tentzeil. Daar zag ik tot mijn verbazing duizenden termieten die in lange colonnes hun larven aan het evacueren waren vanwege mijn”
Formslarven(plural) · larfje(diminutive, singular) · larfjes(diminutive, plural)