/ˈʋɛdə/
HerkomstIn de betekenis van ‘bezoldiging’ voor het eerst aangetroffen in 1130
- bezoldiging, loon, salaris
- form-ofenkelvoud verleden tijd van wedden
“Ik wedde.”
“Jij wedde.”
“Hij, zij, het wedde.”
- form-ofaanvoegende wijs van wedden
Vormenwedden(plural) · weddes(plural)