ɑŋst
HerkomstIn de betekenis van ‘vrees’ voor het eerst aangetroffen in 901
- gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
“Mijn hart bonst van de angst.”
“` Wanneer je angstig bent, mijn zoon, zoek dan de reden van je angst. Zoek in je hart naar iets dat je angst kan laten verdwijnen.”
“Binnen het halfuur waarin wij passagiers op onze papieren werden gecontroleerd raakten de ramen beslagen van angst, ja, ik dacht de angst hangt in de lucht en dat is de angst van ons soort mensen.”
Vormenangsten(plural) · angstje(diminutive, singular) · angstjes(diminutive, plural)