byrt
HerkomstIn de betekenis van ‘stadsdeel of deel van dorp’ voor het eerst aangetroffen in 1401
- een (deel van een) wijk
“Deze buurt is zo'n honderd jaar geleden gebouwd.”
- de nabijheid
“De bal is in de buurt van die auto gevallen.”
“Hij woont in de buurt, het is naar schatting de dertigste keer dat hij hier staat, met enerzijds het uitzicht op de beboste flanken van de Vogezen en aan de zuidwestkant het glooiende laagland van de ”
“Een dag later, lopend door een brede kloof, zag ik een rookpluim in de verte omhoog kringelen. Toen ik aankwam bij het vuurtje zag ik tot mijn verbazing twee paarden aan een lang touw grazen, met verd”
- form-oftweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van buren
- form-ofderde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van buren
- form-of, obsoletegebiedende wijs meervoud van buren
- form-ofenkelvoud tegenwoordige tijd van buurten
- form-ofgebiedende wijs van buurten
Vormenbuurten(plural) · buurtje(diminutive, singular) · buurtjes(diminutive, plural)