ˈkerəl
HerkomstIn de betekenis van ‘man’ voor het eerst aangetroffen in 1271
- obsoletevrije man van lage geboorte
- forse, stevige man (een echte vent)
“Een brede kerel kwam het pad oplopen met twee grote emmers water in zijn handen.”
“Ze waren de onbetwiste heerseressen van de barakken en hielden zonder problemen een twintigtal kerels onder de duim, hoe naar liefde snakkend die zich ook konden gedragen na meerdere maanden in de ber”
- informalman, echtgenoot
- informalmannelijk persoon
“Hier was duidelijk het verschil in leeftijd te zien: jonge kerels willen alles uitproberen, hoe gevaarlijker hoe beter.”
Vormenkerels(plural) · kereltje(diminutive, singular) · kereltjes(diminutive, plural)