nalt, /naɫt/, /naɫt/
HerkomstIn de betekenis van ‘dunne stift om te naaien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1156
- soort gereedschap dat gebruikt wordt voor het aan elkaar bevestigen (naaien) van kledingstukken of andere voorwerpen van stof, zoals leer
- wijzer van een instrument: kompas, weegschaal enz.
- aftaster van een grammofoon
- deel van een injectiespuit
- lang en slank gedenkteken bijvoorbeeld een obelisk
- aanslaglijst van een deur of raam, ook wel tong- of stolpnaald genoemd
- lang, slank en stijf blad van sommige coniferen
Vormennaalden(plural) · naaldje(diminutive, singular) · naaldjes(diminutive, plural)