ˈuvər
HerkomstIn de betekenis van ‘rivierrand, kade’ aangetroffen vanaf 1287.
- een rand van kanaal, rivier of meer
“Wat een deceptie toen ik druipend de oever opklom en ontdekte dat er zich een familiecamping naast het meer bevond: dit was niet de wildernis die ik had verwacht.”
Vormenoevers(plural) · oevertje(diminutive, singular) · oevertjes(diminutive, plural)