/staːɫ/
OriginIn de betekenis van ‘metaal’ voor het eerst aangetroffen in 1240
- een legering van ijzer en koolstof
“Te Ter-Neuzen (thans Terneuzen) werden een paar jaren geleden, hoofdzakelijk door Belgisch kapitaal, groote fabrieken gebouwd ter bewerking van ijzer en staal.”
“Het geluid van snerpend staal doet me opschrikken.”
“Het virus kan enkele uren in aerosolen in de lucht overleven en enkele dagen op oppervlakten van staal of plastic.”
- een monster van een stof, een kleine hoeveelheid van iets als proef
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stalen
- form-ofgebiedende wijs van stalen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stalen
Formsstalen(plural) · staaltje(diminutive, singular) · staaltjes(diminutive, plural)