/ˈteɣəɫ/
HerkomstLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vloersteen’ voor het eerst aangetroffen in 1100
- een rechthoekig stenen voorwerp dat meestal wordt gebruikt voor het bedekken van oppervlakten
“Hebben ze de tegels voor de badkamer al afgeleverd?”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tegelen
- form-ofgebiedende wijs van tegelen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tegelen
Vormentegels(plural) · tegeltje(diminutive, singular) · tegeltjes(diminutive, plural)