/ˈardə/
HerkomstIn de betekenis van ‘grond’ voor het eerst aangetroffen in 901
- de wereld, de bewoonbare planeet van ons zonnestelsel
“De aarde is de derde planeet van de zon.”
“Terlouw pleitte ervoor "progressief, onafhankelijk, kritisch en redelijk" te zijn. Hij zette zichzelf neer als optimist en idealist, die stond voor de zorg voor de aarde en het milieu. Het was een boo”
“De kennis in Nederland over de aarde is "eigenlijk een soort puzzel", legt Hoogendoorn van het KNGMG uit. "Er is ook een studie aardwetenschappen aan de Universiteit Utrecht, en bijvoorbeeld een techn”
- de grond waarin de planten groeien
“In de tuin lag een hoop aarde.”
“Voor het geval dat hij gedachten zou kunnen lezen, boog ik me weer over het meisje op het schilderij. Ze droeg een lichtblauwe jurk met een donker wollen vest erover - je kon zelfs de breisteken zien.”
“Zij deed er water in en toen allerlei geheimzinnige kruiden, een beetje aarde, glanzende stenen, mossen en planten.”
- een goed geleidende verbinding tussen een elektrisch apparaat en de aarde
“Het apparaat had een goede geleiding met de aarde.”
- een van de vier traditionele elementen
“Aarde is naast vuur, water en lucht een van de vier traditionele elementen.”
- form-ofaanvoegende wijs van aarden
- form-ofenkelvoud verleden tijd van aren
“Ik aarde.”
“Jij aarde.”
“Hij, zij, het aarde.”
- de verpersoonlijking van de thuiswereld van de mensheid
“Sommigen beschouwen Moeder Aarde als een godin.”
- de derde planeet van ons zonnestelsel
Vormenaardes(plural) · Aardes(possessive)