ˈhamər
HerkomstIn de betekenis van ‘werktuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 801
- werktuig dat kan worden gebruikt om te slaan
“Hij probeerde met de hamer hard op de spijker te slaan, maar raakte per ongeluk zijn duim.”
- een van de drie gehoorbeentjes in het oor
“De hamer heeft een belangrijke functie bij het overdragen van geluid in het oor.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hameren
- form-ofgebiedende wijs van hameren
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hameren
- masculine, namejongensnaam
Vormenhamers(plural) · hamertje(diminutive, singular) · hamertjes(diminutive, plural) · Hamers(genitive, singular)