Wordle Nederlands · Archive

Alle woorden

1,769 dagelijkse woorden en groeiend

#239
beven
beven
werkwoordOnwillekeurig trillen, bijvoorbeeld van kou, angst of spanning.
#238
ogink
ogink
#237
pasop
pasop
Waarschuwing om voorzichtig te zijn of op te letten.
#236
snerp
snerp
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snerpen
#235
afbid
afbid
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afbidden
#234
merks
merks
#233
maxim
maxim
jongensnaam
#232
legen
legen
werkwoordLeegmaken; de inhoud uit iets halen zodat het leeg wordt.
#231
logos
logos
zelfstandig naamwoordMeervoud van logo: beeldmerk of symbool dat een merk, bedrijf of organisatie herkenbaar maakt.
#230
broer
broer
(familie) een mannelijk kind van dezelfde ouders
#229
thyrs
thyrs
#228
josip
josip
#227
dietz
dietz
#226
chuck
chuck
#225
kaker
kaker
iemand die gevangen vis ontdoet van een deel van de ingewanden om houdbaarheid en smaak te verbetere…
#224
klaar
klaar
bijvoeglijk naamwoordgereed; af of voltooid en klaar om te beginnen of gebruikt te worden.
#223
arnts
arnts
#222
linke
linke
bijvoeglijk naamwoordVerdacht of gemeen; niet te vertrouwen.
#221
atika
atika
#220
ormel
ormel
#219
koala
koala
zelfstandig naamwoordEen Australisch buideldier dat in eucalyptusbomen leeft en vooral eucalyptusbladeren eet.
#218
xenia
xenia
#217
fusie
fusie
zelfstandig naamwoordSamenvoeging van twee of meer organisaties of bedrijven tot één geheel.
#216
humor
humor
zelfstandig naamwoordhet vermogen om grappige dingen te zien of te maken; gevoel voor wat komisch is
#215
omgaf
omgaf
werkwoordVerleden tijd van 'omgeven': hij/zij omringde iets of iemand.
#214
welnu
welnu
Tussenwerpsel om een gesprek te hervatten of een conclusie/overgang aan te kondigen: "nou, goed".
#213
leads
leads
#212
omzie
omzie
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omzien
#211
luten
luten
#210
loper
loper
iemand die loopt of rent